Deze site is gemaakt, of wordt gemaakt voor mensen die in Nederland informatie willen hebben in het boxe francaise oftewel savate.Suggesties zijn altijd welkom.
Het onderstaande gedeelte gaat over het onstaan en verloop van het Savate (ook De Franse Boks of Frans boksen genaamd, dit als vertaling vanuit de Franse taal).
Frans Boksen komt uit verschillende vechtsporten en het is nog een tamelijk jonge sport als men deze vergelijkt met de andere vechtsporten. Frans Boksen bestaat echter uit zowel jonge vechtsporten als uit oude vechtsporten.
De belangrijkste van de oude sporten die met Frans Boksen te maken heeft is Pankratia. Deze sport bestaat al sinds honderden jaren voor Christus, en ongeveer in 648vC in Olympia (Griekenland) bracht deze sport zijn eerste kampioen voort. Pankratia is een gevechtsport die hoofdzakelijk bestaat uit worstelen, gecombineerd met vuist- en voettechnieken. Ook de Romeinen waren fervente beoefenaars van deze sport. Na de ondergang van de Romeinse en de Griekse beschaving verdween ook de beoefening van Pankratia, hoewel er veel sporten overbleven die aan Pankratia deden denken en deze verspreidden zich dan ook geleidelijk. Zo ontstond er in Parijs het Savate, een vorm van straatvechten waarin zowel slag- als traptechnieken werden toegepast, deze slagtechnieken waren nog voornamelijk met een open hand. Deze straatgevechten kwamen meestal voor bij mensen van de lagere klasse die de naam ‘’Apachen’’ kregen. Ze deden het voornamelijk om de bourgeoisie van hun beurzen te beroven. Michel Casseux observeerde deze vechters. Hij bestudeerde namelijk de wijze waarop de stoten en trappen werden uitgedeeld, classificeerde deze en stelde een theorie op. Deze theorie kreeg de naam : “de kunst van de Savate”.
In Midden- en Zuid-Frankrijk ontstond tegelijk het Engelse Boksen (uiteraard over komen waaien uit Engeland) en het Chausson ofwel Chausson-Marseillaise. Deze naam zou komen van het schoeisel dat in de schermzalen werd gedragen. Chausson was een vechtmethode waar men enkel traptechnieken toepaste. Deze traptechnieken werden voor gebruikt omdat hiermee de afstand tot een eventueel wapen het grootst was.
Aangezien Chausson en Savate beide in Frankrijk beoefend werden, kwamen ze al snel met elkaar in aanraking en smolten ze samen. Ook Michel Casseux gebruikte beide sporten toen hij een sportschool in Courtville begon. Dit was een buitenwijk van Parijs en tevens één van de minder bedeelde wijken waardoor in deze wijken meer zelfverdediging nodig was. Na verloop van tijd kwamen er steeds meer leerlingen bij en opende hij een tweede sportschool, dit keer echter in een betere, rijkere wijk. Hierdoor werd hij zeer populair en kreeg zijn sportschool zelfs beroemde mensen over de vloer waaronder de Graaf van Orléans. Één van Michel Casseux’ beste leerlingen was Jean-Antoine Charles Lecour, zoon van een Franse bakker. Deze opende op zijn beurt zelf een sportschool in Parijs en ook deze sportschool werd zeer populair.
De eerste wedstrijden werden door Charles Lecour in Parijs georganiseerd en deze trokken een heel groot publiek. Maar het zou echter tot rond 1830 duren voordat Charles Lecour naar Engeland trok om zich de Engelse bokstechnieken eigen te maken. Zijn leraar in het Engels Boksen was Jack Adams. De Engelse bokstechnieken kwamen van het in de 18e eeuw geëvolueerde ruwe vuistgevecht. Deze ruwe vuistgevechten stammen ook af van de Grieken maar niet van het Pankratia, maar van de Pugilisten. Dit is afgeleid van het Griekse woord “pugilist” wat in de volksmond vuistvechter betekent. De Pugilisten waren trouwens de eerste die van een ronde gevechtsring een vierkante ring maakte zoals hij vandaag is gekend als boksring. Dit gebeurde omstreeks 1838. Na zijn terugkeer in Frankrijk combineerde hij deze pas aangeleerde Engelse bokskunst met het Savate en het Chausson. Uit de combinatie van deze drie sporten : Savate, Chausson en Engels Boksen ontstond uiteindelijk het Frans Boksen.
Louis Leboucher, ook een fervent beoefenaar van het Frans Boksen, publiceerde het eerste handboek in 1844 over de sport. Maar velen zeggen echter dat Joseph Charlemont de werkelijke schepper was van het Frans Boksen. Dit is omdat hij alle methodes perfectioneerde in een afgebakende vorm van verdediging. Ook hij had een sportschool die gelegen was in Parijs, maar deze was enkel voor geselecteerde klanten. De gehele Franse elite kwam hier trainen. Joseph Charlemont gaf sinds 1860 ook nog les aan het Franse leger over het Frans Boksen. Hij publiceerde in 1877 ook het handboek ‘’Traité et Pratique sur la Boxe Française’’ wat in het Nederlands ‘’ Theoretisch en Praktisch verdrag over het Franse Boksen’’ betekend. Hierin werd zeer juist elke beweging van het Frans Boksen gecodificeerd.
Op 1 oktober 1887 werd vervolgens ook de Franse boksacademie opgericht. Er waren voortdurend sportscholen die hun opwachting maakten, voornamelijk opgericht door prevoosten of studenten van de twee sportscholen die Parijs aanvankelijk rijk was. De populariteit van deze sport bleef maar groeien en werd daardoor rond 1900 beschouwd als een modesport in Frankrijk. Een absoluut hoogtepunt beleefde de sport in oktober 1899 te Parijs toen een Franse bokser, namelijk Charles Charlemont, een overwinning behaalde op de toenmalige Engelse bokskampioen Jerry Dricoll.
Ondanks deze overwinning kende het Frans Boksen in het begin van de 20e eeuw een historisch dieptepunt. Dit kwam omdat de media zich voornamelijk op het Engels Boksen concentreerde. Maar de belangrijkste oorzaak van de terugval was de Eerste Wereld Oorlog waarin een groot aantal leraren en beoefenaars van de sport het leven lieten. Vele van deze heren werden naar het front gestuurd omwille van hun goede fysieke conditie en omdat ze als helden werden gezien. Na de oorlog deed men echter wel zijn best om het Frans Boken weer populair te maken. Er werd zelfs in 1924 een demonstratie van deze sport gegeven op de Olympische Spelen in Parijs. Langzaam herstelde de sport zich, tot er wederom oorlog uitbrak. In de jaren na de Tweede Wereld Oorlog deed de sport wederom moeite om de sport aan populariteit te laten winnen. Dit lukte dankzij fervente aanhangers zoals Pierre Barozzi die elf maal kampioen van Frankrijk werd en ook aan wedstrijden van het Engels Boksen deelnam.
In 1964 werd een universiteit voor het Frans Boksen opgericht en hiermee ging het aantal organisaties van competities formidabel de hoogte in. In hetzelfde jaar wordt Steen Baruzy, die zich sinds 1922 inzet voor het Frans Boksen benoemd tot president-stichter van het nationale comité van het Frans Boksen. Dit resulteerde in een kampioenschap in 1966 te Frankrijk. Nadien in 1969 reisde de Franse kampioen Christian Guillaume naar Japan om er deel te nemen aan vijf kickbokswedstrijden. Hij won ze alle vijf waaronder drie met een K.O (knock-out). Zo kreeg ook Japan de kans om het Frans Boksen te leren kennen net als vele andere landen waaronder Nederland, Amerika en de Frans georiënteerde Afrikaanse landen (dit zijn de Afrikaanse landen die Frankrijk gekoloniseerd had). Het jaar dat hierop volgt was er een kampioenschap in Europa. Maar al bij al blijft de sport toch op de achtergrond en dit door de opkomst van de Oosterse gevechtsporten die Europa overspoelden.
Zo bleef de sport beetje bij beetje groeien en kwam in 1973 de nationale federatie voor het Franse Boksen tevoorschijn. In 1976 onstond ook de ‘‘FFBFS et DA’’ of ‘‘Fédération Française de Boxe Française Savate et Disciplinaires Associées’’ wat betekent ‘’Franse federatie van het Franse Boks Savate en aanverwante disciplines’’. De aanverwante disciplines zijn La Canne, Savate Défense, Savate Forme, Le Couteau en Le Baton. Hierna werd in 1979 het Frans Boksen erkend door het Adeps (de Franstalige tegenhanger van Bloso).Daarna werd op 23 maart 1985 de internationale federatie van de sport opgericht met de Fransman Jean-Marie Rousseau als President. De federatie had leden uit Italië, België, Duitsland, Engeland, Zwitserland, Marokko, Nederland, Senegal, Joegoslavië en Tunesië.
In België ontwikkelde de sport zich vooral in Wallonië en in 1987 werden al snel twee federaties gevormd. De LRBBF of ‘‘Ligue Royale Belge de Boxe Française’’. Deze ontstond in de streek rond Luik en de ABESBF of ‘‘Association Belge des écoles de Savate Boxe Française’’ in Henegouwen.
Tegenwoordig is de toename van het aantal federaties niet meer bij te houden. Ook worden er veel records gebroken in verband met het aantal licenties. Zo is er bijvoorbeeld de club in Quetigny te Frankrijk die begin 2005 zo’n 130 licenties had waarvan 40% meisjes van wie de toename sinds de laatste jaren niet is opgehouden. Toch wordt het aantal licenties ook beperkt door de enorme toename van Oosterse gevechtsporten. Maar er worden nu nog steeds clubs en federaties opgericht in verschillende landen verspreid over de hele wereld. Deze proberen de efficiëntie en het fascinerende van de sport te promoten en te bevorderen.
Met dank aan Jordy van den Brande